donderdag 23 juli 2009

Kinderhandel 0. Margriete in Lichtervelde

Les amoureux en gare de Lichtervelde

Het is (weer) Margriete. Lichtervelde viert feest. Een echt feest. Voor wie hier nooit verliefd werd, is Lichtervelde niet meer dan een postnummer. Anderen, zoals ik, krijgen niet genoeg van dit dorp. De gemeentelijke website toont Lichtervelde zoals we het willen herinneren. Weidse landschappen die zich uitstrekken van op de Heihoekheuvel tot aan het veld en de akkers met hun gouden koren, zwaaiende kinderen met de Belgische tricolore, de koningin op schoolbezoek.
Het doet hard denken aan Streuvels’ zomerland. Maar de jachtige, internettende mens heeft geen tijd voor geschiedenis. Het is de wachtende mens die van geschiedenis houdt.

Er is een zinnetje over dit dorp dat altijd al tot mijn fantasie sprak. De dertien (!) woorden zijn in mijn hersenen gebrand. Als ik inspiratie nodig heb, dan wend ik me tot deze mysterieuze woordenreeks. Het is een zin van Jozef Deleu en ze gaan over Lichtervelde.
Pendelaars weten dat er bij de uitgang van het station een gedicht hangt. Nu is dat een foute plaats om te lezen. Wie aan de uitgang van het station passeert, wil huiswaarts. Tijd voor een tekst zit er dan niet in. Als u het volgende leest, probeer dan in uw hoofd het tafereel voor te stellen en projecteer dat pietluttige zinnetje op het witte doek van uw geest. Let op, het rijtje mooie woorden is zo voorbij,…

"De geliefden
voor het raam van de trein
in het station van Lichtervelde
"


Man, schoon...

Ik herhaal het, zo schoon vind ik het. In mijn verbeelding zie ik ze bij het treinraam, ze kijken in elkaars ogen of houden handen vast. De geliefden zijn niet van Lichtervelde. Ze zetten hoogstens een voet op de Lichterveldse bodem om over te stappen.
Voor hen heeft Lichtervelde de betekenis van pendelen of reizen. Lichtervelde als een doorgangsplek, een plaats waar de anonieme reiziger wacht en overstapt. De geliefden kennen Lichtervelde ook aan de geur. Naïef als ik was, dacht ik als kind dat treinen stonken, dat het aan de stoom of de dieselmotor lag.
Later leerde ik dat het een oliefabriek was die Lichtervelde zijn lijfgeur gaf. En ja, dat is het.

De lijfgeur van Lichtervelde

In mijn kinderjaren dacht ik dat Lichtervelde onmetelijk groot was, dat je dagen nodig had om er rond te fietsen. Ik weet niet of u dit gevoel als kind ook kende. Onze juffrouw of meester die konden prachtig vertellen. En de pastoor. Dat waren mensen met verhalen.
In mijn hoofd speelden alle historische taferelen zich in Lichtervelde af. Elke geschiedenisles vond plaats in dit dorp. Aan de oevers van de kronkelende Zwanebeek stak Caesar in 49 voor Christus de Rubicon over. De Zwanebeek vormde het schowtoneel voor de Guldensporenslag in 1302 en de IJzervlakte in 1914. We speelden de eerste wereldoorlog na aan het oude Duitse kerkhof in de Torhoutstraat en in de achtertuin van Sintobin gaf ik het startschot voor de Russische Revolutie.
En zo leerden we onze grote geschiedenis in een klein dorp.

Maar wat maakt het dorp aan de Zwanebeek tot Lichtervelde, het dorp waar ik toevallig groot werd? Lichtervelde is het dorp met oudste doopfont in West-Vlaanderen, het dorp van de vierschaar, het dorp in het etappegebied, het dorp van de Callewaert, het dorp van de vuile dorpspolitiek, het dorp dat het minst Vlaams Belang stemt, het dorp met zijn talrijke verenigingen, het dorp dat evenveel mannen als vrouwen telt, het dorp van de ronde,…

Wat maakte een dorp tot een dorp? Ik weet het niet, maar als er een constante is in de Lichterveldse geschiedenis, dan is dat het dorpsfeest: Margriete.

De geliefden aan het station van Lichtervelde stapten wel degelijk ooit uit de trein. Met hele horden kwamen ze naar Lichtervelde, om te vrijen en omdat er feest was, kermis en cabaret. Lichtervelde werd de volksoverrompelingen gewoon van zodra er treinen stopten. En sinds die datum, sinds 1848 werd Lichtervelde gastvrij. Met het station als moderne toegangspoort.

Gastvrijheid, ja dat is het woord…

Gastvrijheid in Lichtervelde, daar heeft mijn vrouw, een eigen definitie van. En die definitie klinkt zo. “In Lichtervelde ben je na vijf minuten geen vreemde meer, maar na vijftien jaar ben je nog steeds een aangespoelde.
Nu, terug naar het dorpsfeest. Duizenden mensen stapten af voor de kermis. Uit de balzalen klonken populaire deuntjes en in de niet te tellen cafés werd gekaart en gebiljart. En als het geflirt van de broeierige zomer voorbij was, organiseerde De Zwaan de Herfstfeesten. Clowns en goochelaars, fanfares en tirolerkapellen, bekende zangers en zangeressen, opnieuw zakten ze allen af naar het Karel Van de Poele-dorp. Lichtervelde kreeg de bijnaam het mekka van de lichte muziek. Drieduizend, ja u leest het goed, drieduizend kinderen schoven aan voor een optreden van Tante Terry. Misschien was u er wel bij? Er is een bekende foto waarop organisator meester Georges Vandewalle glundert. Glundert in het bijzijn van een wondermooie Tante Terry. De snoeper.

Tijdens de wintermaanden genieten we in de zangcrochets van heerlijke humor en hilarische grappen. In die tijd is het te vroeg voor Rock ‘n Roll. In plaats daarvan maakt Lichtervelde kennis met Pierre Delaere, Bobbejaan Schouppen, de vrolijke spreker van radio Kortrijk Willy Lustenhouwer. Populair zijn de plaatselijke vedetten en sketches zoals van de familie Klepkes, van Disten Pulle van Will Ferdy. Nadien is er een steevast een koffiebal voor de dames. Van Elvis hadden ze hier niets gehoord. Bonte avonden zorgen voor vertier in balzalen en op de radio. De aaneenschakeling van zang, humor en muziek werd "zo druk beluisterd dat er geen kat op straat liep" hoorde ik iemand nog zeggen.

Naar men zegt had de Burgersgilde begin jaren zestig een bonte avond rechtstreeks op de radio. Nicole Laga won het zangcrochet vanuit Lichtervelde. Live!
Iemand zei ooit ‘in Lichtervelde is de tijd blijven stilstaan.’ Dat geloof ik niet… Het is de trein die bleef stilstaan. Tegenwoordig is het dorp gemoderniseerd. Bonte avonden zijn voorwerp van historisch onderzoek en radio-uitzendingen horen thuis in een museum. De geliefden in het station stappen enkel nog over.

Mijn geheim

In mijn memorie is het Lichtervelde van vroeger niet meer van mij te scheiden. Ik ben er geboren en er mee vergroeid.
Ik wil u een geheim verklappen. De reden waarom ik geschiedenis ging studeren en vooral waarom ik van lokale geschiedenis hou… Daar was het me eigenlijk om te doen, dat wou ik vertellen. Op een dag vond ik dat zinnetje. Gekrabbeld in een oud boekje van slangenleer, met dunne blaadjes met vergeelde foto’s. Met oude, handgeschreven verhalen, legendes of spreekwoorden, met postkaarten en foto’s tussen de bladzijden. In dat boekje komt het allemaal weer tot leven: getuigenissen, verloren liederen, het bedreigde dialect,… Ik koester het als kleinood. Als kind bladerde en las ik geconcentreerd in het boekje alsof het een geheim te verklappen heeft, een opening naar het verleden wil tonen. Een geheim pad om weg te glippen, naar een andere tijd.
En, in dat boekje, trof ik die ene zin, over het dorp waar ik geboren ben... Ik pakte het boekje vast en zocht een hoek om het te lezen. Ik kon er mijn ogen niet van afhouden. Ik bleef maar lezen, terwijl het water uit mijn ogen trompetterde als in een lekke kelder. Jozef Deleu stond eronder. Als kind zei me dit niks. Ik ken daar niks van. Dat zal de dichter zijn zeker? Hij schreef het jaren geleden. Ik was nog niet geboren en toch heb ik daar zitten druppelen als een lekke trompetterzwaan. Blèten. Als een kind van tien. Zo’n schone zin in een boekje van slangenleer. Kunst is dat. Ik vind dat.

En gelijk de tranen uit mijn ogen vielen, viel er uit het boek een postkaart en op de achterkant de tekst van Deleu, in het Frans. En toen we in het vijfde studiejaar Frans leerden, klonk het zinnetje nog exotischer.

En op de voorkant? ’t Ja, daar stonden ze…

"Les amoureux
À la fenêtre du train
en gare de Lichtervelde
"


Sommigen zeggen dat de herinnering fouten maakt. Dat is ongetwijfeld juist. Lichterveldse geschiedenis. Wat is dat? Ik weet het niet, maar in alle geval,het is het verhaal van zij die niet meer kunnen vertellen. Het is mijn geschiedenis, mijn Lichtervelde. Dus: ge blijft er met uw poten af! Verstaan?

Misschien moet dat schitterende sonnet van Deleu een andere plaats in het station vinden. Een plaats waar men wacht, waar er tijd is om te lezen. Daar is er plaats voor geschiedenis. Want, het is de wachtende mens die van geschiedenis houdt. En dat het liefst op een plaats waar de geschiedenis springlevend is. Net zoals hier trouwens, op deze website.

Kijk, lees en u zult zien dat nostalgie nooit zo actueel was.

woensdag 22 juli 2009

Kinderhandel 0. Proloog

Kgoa ne kè éne verteln...


"Kgoa ne kè éne verteln." Zo begon mijn opa indertijd zijn vertellementen. Telkens toen hij dit magische zinnetje uitsprak, wist iedereen dat er te zwijgen viel. Oudere Lichterveldenaars gebruiken deze magische spreuk nog om aandacht te trekken. Luisteren naar een spannend verhaal, een hilarische anekdote, een roddel waarvan niemand ooit de oorsprong zou achterhalen... met kinderlijke naïviteit luisterden we naar opa's zoveelste Zwanebeekvertelling.

Nu is het mijn beurt. Kgoa ne kè éne verteln. Niet over opa, maar over oma.

Mijn oma was een vroedvrouw. Onlangs vond ik in haar archief een klein notitieboekje. Daarin noteert zij - Marcella Debusschere is haar naam - in haar jonge jaren alle geboortes waarvoor ze instaat. Het boekje prikkelt mijn nieuwsgierigheid - ik heb zelf vijf kinderen - en zet me aan tot een onderzoek rond vroedkunde en kinderen maken, voorlichten en bevallen ten tijde van mijn oma. Dat wil zeggen: in Lichtervelde tijdens het interbellum en kort na de tweede wereldoorlog.

Op deze blog lees je mijn merkwaardige bevindingen van mijn huidige zoektocht naar de plaatselijke ‘kinderhandel.’

In december 2009 hoop ik deze verhandeling te publiceren in het jaarboek van de heemkundige kring van Lichtervelde. Internetters krijgen hier al een voorproefje en volgen mee hoe ik graaf in de geschiedenis van mijn eigen familie. De titel van de verhandeling luidt 'Kinderhandel'. De ondertitel is: 'Over moeders en vroeders, over kinderen kopen en verkopen'. Want zo ging mijn grootmoeder om met kinderen: kopen en verkopen.

Een tovenares…

Mietje Biljet, een weduwe die te kort bij ons in de heemkring actief was, kende mijn grootmoeder nooit persoonlijk. Toch weet ze exact over wie het gaat. “Marcella Busschere? Mijn man vertelde er in geuren en kleuren over. Hij kon niet zwijgen over die vrouw die hem op de wereld gezet had. Een wonder, een tovenares moet dat geweest zijn.” Het citaat is niet niks en illustreert hoe de goegemeente omging, ja zelfs opkeek naar deze vrouw... “Je oma is vroedvrouw” is een zinnetje dat ze me van thuis uit en van kindsbeen af meegeven. “Een eerbiedwaardig beroep. Niet zomaar het eerste het beste, maar even uniek als de moeder zelf…”

“Enfin” denk ik, terwijl ik terugrol in de tijd. Ik zie me nog staan, naast mijn grootmoeder, bij de buizestoof, als tienjarige koter met mijn handen in de zakken van mijn veel te korte broek... Veel kan ik me er niet bij voorstellen. ‘Vroedvrouw?’ Wat zou dat kunnen zijn... Maar overal waar ik kom, bij mijn speelkameraden of gewoon in de straat... spreken ouderlingen me aan als de kleinzoon van...

1972

De loopbaan van mijn oma loopt definitief ten einde bij mijn geboorte in 1972. Nu resten me een handvol herinneringen en overblijfselen van die respectabele carrière: de zwarte bakelieten telefoon met een ronde draaischijf bij het raam, haar vierkante kantoor met bloemetjesbehang en een waardig bruin bureaumeubel met schuiven langs beide kanten. Als kind loop ik onder het logge meubelstuk door. Het is elegant afgewerkt met gele staafjes aan de schuiven en ronde poten waar de houtworm in huist. Er steken poedertjes en zalfjes in de schuiven. De diverse potjes verspreiden even diverse geuren. Naast het bureau staat een bijhorende vitrinekast. Achter het glas ligt een dun aantekenboekje en een reeks studieboeken. Ik, het kind, mag erin kijken of erin tekenen. Ik doe dat samen met mijn opa, over de middag, als ik kom eten tijdens de schoolpauze. Ik kijk onder begeleiding van mijn grootvader naar de medische tekeningen. Als we bij de ‘vuile prenten’, de voorlichtingstekeningen komen, gaat het bladeren sneller. In de deur van de kast steekt een zwartleren tas met metalen, witzilveren instrumenten. Witzilver, net als het haar van mijn oma, dat ze de hele dag door kamt. De instrumenten blinken. Ik mag ze betasten en vasthouden, maar het is enkel de schaar die ik kan benoemen. Later leer ik dat het gaat om een verlostang, een sonde, een puit (of een haak) en een irrigator (voor het spoelen van de schede, viste ik uit). Een harde borstel, watten, lint en garen, opiumtinctuur (als verdoving) en moederkoren om de weeën op te wekken - andere noodzakelijke hulpmiddelen van een vroedvrouw - heb ik nooit gezien.
Verder steekt in de oude kast een koppel fototoestellen. Met de zwartvierkanten bakjes komt mijn grootmoeder haar studietijd door en later neemt ze foto’s van prille vaders met baby’s. Tijdens haar studententijd, ergens in de jaren dertig in Brugge laat ze zich fotograferen op het Belfort en voor diverse andere monumenten. De foto’s en de negatieven zijn er nog, maar de beeldkwaliteit is zo goed als verdwenen. Tussen de kast en de show, op het bloemetjesbehang hangt haar diploma en haar medaille in een gouden kader “met grootste onderscheiding geslaagd in het examen vereischt voor de uitoefening van het beroep van Vroedvrouw.” Zelf deed ze smalend over die grootste onderscheiding. Een non vertelde haar dat ze haar niet wilden delibereren met honderd procent, zodat ze het “niet te hoog in haar bol zou krijgen.”
Het diploma van vroedvrouw is in de kader vergezeld van een medaille van de stad Roeselare en de provincie West-Vlaanderen en een officieel papier dat aantoont dat ze bewijst “kennis te bezitten voor het bekomen van het bewijs van de 4de graad” uitgereikt op 25 juli 1931 in Roeselare. Een hard reclamekarton verstevigt de achterkant van de kader: het is een reclame van In de vier seizoenen, markt 3, opengehouden door familie van mijn oma, het koppel Boussauw – Tampere voor “pardesus en regenmantels, gemaakt en op maat, mans en vrouwstoffen.”

Stille uitvaart

Ondertussen is mijn oma heengegaan. Ze kreeg een stille uitvaart. Haar kinderen, mijn moeder en mijn nonkel, wilden dat zo. De kamer met het bureau is nu een herinnering. In het huis woon ik nu... Het vertrek zelf is verbouwd en de geuren zijn anders: geen poeders of zalfjes meer, hoogstens de geur van pleisterwerk, nieuwe verf en vernis. Boven een deurlijst hangt een restje bloemetjesbehang. Haar instrumenten belandden bij het oud ijzer, de studieboeken werden verdeeld onder belangstellende familieleden en het diploma ligt op mijn zolder.

In mijn boekenkast steekt nu het grijze aantekenboekje met meer dan zevenhonderd geboortes. De stoffen kaft van het grijze boekje voelt ruw en wat vet aan. De eerste zeven bladzijden zijn met een schaar uit het boek gesneden en daarna volgt een rubricering per schooljaar. De geboortes situeren zich tussen donderdag 1 augustus 1940 en een onbepaalde dag in 1955. De baby Lucrese Samyn opent de rij geboorten in 1940. Vijftien jaar later sluit Lucrese Desmet af. De oudste baby’s hebben nu de pensioensgerechtigde leeftijd bereikt, de jongsten zijn ergens midden de vijftig. Mijn grootmoeder plaatst haar aantekeningen in pen, potlood of balpen, ze zijn zakelijk, kort en uniform: voornaam en naam van het kind, tijdstip van geboorte, namen van de ouders, straatnaam en gemeente. Geen geboortegewicht, geen lengte of andere eenheden die men nu meet bij een geboorte. Geen roddel, geen weetjes, geen huisnummer.
Deze namenlijst vormt het begin van een speurtocht naar de Lichterveldse kinderhandel. De zoektocht brengt me bij plaatselijke vroedvrouwen en hun kraambedden en resulteert in een vertelling over het op één na oudste beroep.

---

Lees hier het volgende deel van mijn zoektocht naar de Lichterveldse kinderhandel. Wie herinneringen heeft of over interessante documenten beschikt, contacteer me via benedict.wydooghe@katho.be.

maandag 13 juli 2009

Sociale netwerken? Do's en dont's!

Op donderdag 26 november en 3 december doceer ik in Kortrijk voor Vorming plus over Facebook, Twitter, LinkedIn, MSN. Deze sociale netwerksites geven het web een uitgesproken sociaal karakter. Kinderen hebben er clubjes, jongeren wisselen er huiswerk uit. Studenten blijven met elkaar in contact ongeacht waar ze studeren. Jonge moeders tonen er trots hun babyfoto’s en volwassenen vinden er oude vrienden terug. Senioren praten er met hun kleinkinderen... Kortom, alles wat je in het echte leven doet, kan tegenwoordig via een sociale netwerksite. Deze cursus verkent die sites. Hoe zien ze er uit, wat doe je er en hoe doe je het? Na een kennismaking met de mogelijkheden volgt een kritische benadering: Welke gevaren loeren om de hoek en hoe wapen ik me best? Meer info volgt.

maandag 6 juli 2009

Opstel: "Mijn vakantie"

Zo, mijn gastbloggerschap voor jeugdwerknet zit er op. Tijdens de veel te lange examenmaand blogde ik bij jeugdwerknet. Niettegenstaande juni een ontzettend slechte maand is voor het jeugdwerk en de nieuwsgaring: examens sturen het hele sociaal culturele leven van kinderen en jongeren in de war. Journalisten bedachten een naam voor de periode: komkommertijd. Inspiratie voor mijn cursiefjes vond ik sneller dan gewenst aan de examentafel. Doorgaans blijft het stil langs deze kant van de examentafel. Nu is de tijd gekomen dat leerkrachten en lectoren zelf (moeten) luisteren.


Vandaar de rode draad doorheen deze blogologie: 'vertellen'. Het begon met een mijmering over verhalen vertellen in de blok, een bijdrage waarin ik stel dat studenten vooral leren door zelf te vertellen. Eigenaardig genoeg weet elke onderwijzer en elke pedagoog dat het leerrendement verhoogt met de activiteitsgraad, maar hoeveel scholen laten hun leerlingen echt zelf vertellen? Waar oefenen kinderen zich in het spreken voor een groep? Wie staat doorgaans vooraan in de klas? Ach...


En ik moet het zeggen, ik schreef graag voor jeugdwerknet. Een schrijfsel ging over spiektechnologie en de sterke verhalen die erbij horen, er was een eindwerkbespreking over verhalen en een 'spreekbeurt.' Het bericht over de facebookende docenten en studenten deed in verschillende hogescholen virtueel en reëel stof opwaaien. Vijfhonderd lezers en diverse reacties in twee dagen tijd. Wie het stukje miste, kan het nalezen op http://www.jeugdwerknet.be/blog/artikel/kristallen-bol-kijkt-studentenhoofd.


Ondertussen is de facebookwind gaan liggen en beleeft het jeugdwerk zijn feestmaanden. Festivals en kampen, reizen en niets doen, een vakantiejob of een tweede zit zorgen voor nog meer eigen verhalen, eigen vertellingen, eigen ervaringen, ja, eigen leerstof en kennis. Kinderen, leerlingen en studenten maken zich tientallen verhalen eigen en beleven ze bovendien zelf. En in september? 'Tja, dan mogen ze opnieuw gaan luisteren. In plaats van zelf te vertellen, schrijven ze met hun blauwe bick hoogstens een opstel of spreekbeurt met als titel "Mijn vakantie."


Ik wens iedereen een schitterend verlof vol van even schitterende verhalen. Noteer ze, post ze, blog ze... want dat zijn pas echte leer/levenservaringen! Voor sommige mensen staan leerervaringen gelijk aan schoolervaringen. Voor anderen zijn deze begrippen tegengestelden.

---

Wie zin heeft om zelf te bloggen of verhalen te schrijven, kan terecht bij Vormingplus in Kortrijk op donderdagen 14, 21 en 28 januari 2010. Benedict Wydooghe doceert er de cursus 'Bloggen is een werkwoord' en verkent in een eerste les de blogwereld. Wie zijn die bloggers? Wat schrijven ze? Hoe blijf je efficiënt op de hoogte? In les twee ga je aan de slag: behalve knoppenkennis, helpen schrijftips je aan een vlotte tekst en zorgen lay-outtips dat je tekst prettig oogt. Les drie werkt de blog af: je voegt foto of video toe en promotips zorgen dat je teksten een publiek krijgen.

donderdag 28 mei 2009

Verhalen vertellen in de blok

Het is kalm op de sociale hogeschool in Kortrijk. De parking blinkt uit in leegte en de leslokalen ademen de sfeer van vakantie. Schijn bedriegt. Het is de vredigheid die voorafgaat aan de examenstorm. De studenten zijn in blok, docenten gebruiken de stilte om hun cursus te actualiseren en eindwerken te lezen.

Het hogeschoolleven is dubbel. Voor docenten is het cyclisch en dus voorspelbaar. Voor de studenten verschillen de studiejaren zo hard dat elk jaar een avontuur betekent. Van het vrije kotleven in het eerste jaar naar de stage in het tweede jaar, een buitenlandse ervaring in het derde jaar... Sommigen breien er een vierde jaar aan of zoeken enkele jaren de universiteit. Als het goed gaat tenminste. Volgende week breekt voor velen hier de hel los en dreigt een inferno. Het pad in de richting van de volwassenheid is geplaveid met trauma’s.

Na elk examen ben je een stukje minder mens, een pak meer volwassen. Wat is dat die volwassenheid? Moet je dat? Is het gemakkelijk? Hoe wordt je volwassen? Het zijn vragen om over na te denken. Een boeiend antwoord vond ik bij Jeroen Olyslaegers. Hij werd het door verhalen te vertellen. Je vertelt een verhaal over jezelf waarin je de pineut bent. Als iedereen aan tafel schuddebuikt van het lachen, ben je een stap dichter bij je volwassenheid. Zo zie ik mijn examenvragen. Op het mondelinge geschiedenisexamen is een klakkeloze reproductie geen kunst. Een kritisch of fris verhaal opbouwen, dat geeft zin. De vragen zijn hierbij handvaten, geen doel.Enfin, dat vertel ik in de les, daar sta ik achter. De laatste les staat in het teken van het examen. Studenten zijn dan stil, nooit heb ik zoveel aandacht als bij de examentips. De eerste tips zijn voor wie tijd heeft. Het leerrendement neemt toe met je activiteitsgraad. Lezen is onproductief, syntheses maken verhoogt de kennisopname en het vertellen is ronduit de beste methode. Vijftien jaar geleden studeerden wij solitair en kwamen geregeld samen om elkaar de dingen uit te leggen. We verdeelden daarbij de cursus op een logische wijze. Iedereen kreeg een ander hoofdstuk onder zijn verantwoordelijkheid. Bovendien werkt de methode goed ter voorbereiding van een mondeling. Je leert spreken, je kaken passen zich aan de woorden aan en vreemd geschreven namen spreek je uit zoals het hoort. Het is mooi als je tijd hebt.

Tip twee richt zich tot wie te laat begon, teveel tijd verloor met dat lief of wie niet van het vak houdt… Voor velen zijn de examens een probleem van tijd. Als student kan je wel wat hebben, maar een opa komt te overlijden, een lief maakt het uit... we kunnen zo wel een tijdje doorgaan. Dan heb je een andere strategie nodig. En daarover spreekt niemand. Toen ik mijn opleiding als sociaal cultureel werker begon, meende ik het serieus. Toch was er een vak dat me niet lag. Hoeveel ik ook studeerde, het ging er niet in. Helemaal niet. En als er al iets in ging, dan was ik het enkele dagen later weer vergeten. Ik stevende af op een buis om U tegen te zeggen. Nu, met de achternaam Wydooghe ging ik bij mondelinge examens steeds als laatste het examenlokaal binnen. Ik vond er niets beter op dan ’s morgens vroeg de wacht te houden bij het lokaal en alle buitenkomers te bevragen over hun vragen en antwoorden. Ik leerde als een papegaai die dag. Toen ik in de late namiddag de vragen trok uit een blind stapeltje kon ik mijn geluk niet op. Ik kende alles. Geen enkele vraag had geheimen. Om niet op te vallen, maakte ik één luttele fout. Ik behaalde 19 op 20 en bewees dat mijn intelligentie geen verband hield met mijn punten. De hoogste score in mijn studentencarrière. De noodprocedure leverde me waar voor mijn geld.

Een jaar later volgde het tweede deel van dat vak. Ik deed nu zelfs geen moeite meer. Ik zou vroeg in de morgen het stoutmoedige scenario herhalen. En daar zat ik dan. Acht uur kwart, wachtend bij de examendeur, niet wetend dat de docent nog moest beginnen. Toen de docent arriveerde, herkende ie me onmiddellijk. ‘Beste meneer Wydooghe, wat fijn u hier al te mogen begroeten.’ De man wist natuurlijk dat ik vorige keer een schitterend examen aflegde en hij nodigde me uit om onmiddellijk te starten. Mijn aarzeling wuifde hij weg met een tuttuttut. Ik haalde die dag de laagste score uit mijn carrière en de punten waren het spiegelbeeld van het vorige examen. 1 op 20. Omdat ik mijn naam juist schreef.

Het kan verkeren, zei Bredero. Dat was mijn verhaal. Ik ben straks benieuwd naar dat van jullie. En net daarom, blok ze, jongens en meisjes.

Ik wens jullie een schitterende examenperiode!

---

Op jeugdwerknet ben ik deze maand gastblogger. Tof dat ze me dat vroegen. De berichten die je nu leest zijn dus in functie daarvan geschreven. Zie: http://www.jeugdwerknet.be/blog/artikel/verhalen-vertellen-de-blok.

vrijdag 24 april 2009

‘Geexecuteert metten viere” omwille van 'toverie'

Op http://www.ikhebeenvraag.be/ vroeg een studente zich af of "magie" bestaat. Tegelijk poog ik om de heksenverbrandingen - die een einde maakten aan de magische maatschappij te verklaren. Het is een puzzel waar historici nog niet helemaal uit zijn.

Op 23 oktober 1684 wordt Martha van Wetteren verbrand in Belsele. Ze is 38 en heeft net een kind op de wereld gezet. Beschuldiging? Ze gebruikte magie: ze genas schapen van de pokken, deed graan groeien en vond een gestolen koe terug. Voor zover we weten is dit de laatst verbrande heks in Vlaanderen. In de meeste steden doven de brandstapels vroeger: in Brussel in 1595, de laatste verbranding vond in Antwerpen in 1603 plaats, in Leuven in 1612 en in Brugge in 1634. Magie bestond en bestaat. Sinds het einde van de heksenprocessen overleeft het als een marginaal fenomeen, maar het bestaat. Magie is te definiëren als het geloof in intermediairen (priesters, priesteressen, heksen, tovenaars, magiërs…) die via rituelen in contact komen met het bovennatuurlijke (god of de duivel) om te kunnen overleven in de onzekere, agrarische wereld. Concreet gaat het over het beïnvloeden van de vruchtbaarheid bij planten, dieren en mensen (onder meer via schoonheidscrèmes en een reeks seksuele functies), het genezen van planten, dieren en mensen, het voorspellen van de toekomst en het beheersen van natuurelementen. Tot de vijftiende eeuw is magie vrij probleemloos en wordt het nauwelijks bestraft. De hoeveelheid bronnen toont dat magie geen marginaal verschijnsel is, integendeel. De bevolking vindt de gebruiken normaal en gaat te rade bij de mannelijke en vrouwelijke magiërs. Een onderscheid tussen magie en wetenschap, tussen geloof en bijgeloof is er niet. Wiskunde, astrologie, handlezen vloeien probleemloos in elkaar over. In de vijftiende eeuw verandert die houding. In 1412 betalen een Brussels prostituee en iemand in Leuven boetes voor het bezit van lichaamsdelen van een dief. In 1491 verstrengt de bestraffing. In Antwerpen worden drie vrouwen op pelgrimstocht gestuurd omdat ze een terechtgestelde ontdeden van handen en hoofd. Het hoofd begraven ze onder hun voordeur, de handen onder de achterdeur. Wat betekenen deze magische rituelen? In het volksgeloof houden overblijfselen van terechtgestelden kwade geesten tegen… vandaar. Een bron om de heksenleer te bestuderen is de Heksenhamer of de Maleus Maleficarum uit 1486 van twee dominicanen. Hendrik Istitoris en Jacob Sprenger schreven deze handleiding voor heksenprocessen. Het boek kende een snelle en massale verspreiding dankzij de boekdrukkunst. Het document maakt Satan tot hoofd van de antikerk en construeert de demonologische heks. Hogere groepen zien hierin het kwade, voor de lagere klassen blijft magie echter een overlevingssysteem. De heksenverbrandingen die de zestiende eeuw zullen doorkruisen, kunnen starten. Een vraag waar historici hun tanden op breken is waarom deze gruwelijke heksenverbrandingen net in de Renaissance plaatsgrepen. Ik doe een poging om de keerzijde van de renaissancemedaille te belichten. Bijgeloof, volksgeloof en magie bevinden zich van oudsher op het machtskruispunt waar ook de staat, de wetenschap en het geloof samenkomen. In de zestiende eeuw creëren de staatvormingsprocessen, de wetenschappelijke belangstelling voor de oudheid, de reformatie en de contrareformatie een gemeenschappelijke vijand: de vrouw (80% van alle beschuldigingen) die magie bedrijft. Het wederkerig belang van wetenschap, kerk en staat materialiseert zich respectievelijk in 1. de vermannelijking van de wetenschap, 2. in een herkerstening en 3. in het strafrecht. Ik leg het uit. 1. De prille wetenschap in de zestiende en zeventiende eeuw verdrijft vrouwen uit de medische stand. De opkomende mannelijke geneeskunde tolereert niet langer het vrouwelijke bijgeloof en ziet zich hierin gerugsteund door de kerk. Die stelt de onprofessionele genezing gelijk aan ketterij. De kerk houdt bovendien toezicht op de beginnende medische wetenschap. Universitaire artsen oefenen geen praktijk uit zonder priester en behandelen geen patiënten die de biecht weigeren. 2. Het onderscheid tussen "vrouwelijk" bijgeloof en "mannelijke" wetenschap kristalliseert zich uit, op hetzelfde moment dat de godsdiensttroebelen een hoogtepunt bereiken: de herkerstening gebeurt onder meer door het uitbannen van alle vormen van bijgeloof. 3. Hekserij verdwijnt in de 18de eeuw uit het strafrecht. Daarvoor is het fenomeen nu te marginaal geworden. Samengevat: in de zestiende en zeventiende eeuw slaan kerk, wetenschap en staat de handen in elkaar om de scheiding tussen hun actieterreinen te voltrekken. Op dat actieterrein bevindt zich één gemeenschappelijke vijand, namelijk de magie, die zowel religieuze, wetenschappelijke als bestuurlijke aspiraties heeft.

---

http://www.kuleuven-kortrijk.be/facult/rechten/Monballyu/Rechtlagelanden/Heksenvlaanderen/heksenindex.htm

maandag 20 april 2009

http://info.scratch.mit.edu/About_Scratch

Het klinkt in alle geval veelbelovend. Nu de paasvakantie achter de rug is moeten de kids het absoluut eens probere... Scratch is a programming language that makes it easy to create your own interactive stories, animations, games, music, and art - and share your creations. As they create and share Scratch projects, young people learn important mathematical and computational ideas, while also learning to think creatively, reason systematically, and work collaboratively. Download here.

More about the ideas underlying Scratch: page for Educators.
To learn how to use: Support.
To read research papers: Research.
To find out who is working: Credits.
To read what people are saying: Quotes.

Ook even proberen: http://swarmsketch.com en deze site rond creatief denken: www.innowiz.be.